EREA is een Belgische onderneming gevestigd in Wijnegem bij Antwerpen (België) met meer dan 60 jaar ervaring in het vervaardigen van transformatoren en omvormers.
EREA produceert 2 miljoen transformatoren per jaar en stelt 190 personen te werk. Het behoort dan ook tot de grootste transformatorenfabrikanten in Europa.
Al haar ervaring, kennis en ontwikkelingsmogelijkheden stelt EREA ten dienste van professionelen. Haar producten worden gewaardeerd om hun kwaliteit en betrouwbaarheid.
EREA levert uit voorraad een verscheiden gamma standaardtransformatoren en omvormers voor halogeen-
en LED-verlichting, industrie, elektronica enz. ... .
EREA heeft een uitgebreid gamma standaard transformatoren voor algemene en industriële toepassingen van 1 VA tot 100 kVA alsook afgeleide producten zoals gelijkspanningsvoedingen voor elektronica, machinebouw, enz.
Voor halogeenverlichting biedt EREA zowel elektromagnetische als elektronische transformatoren aan, in verschillende uitvoeringen van 10 VA tot 630 VA.
Allen ontworpen om voor elke installatie de meest geschikte transformator te kunnen aanbieden.
Recent werd het productpalet uitgebreid met LED-verlichting, waarin EREA een
totaaloplossing aanbiedt met zowel de LED-configuraties als de DC-gestabiliseerde voedingen.
EREA ontwerpt eveneens producten volgens klantspecificaties, aangepast aan de wensen van de klant.
EREA nv
Ruggeveldstraat 1
BE-2110 Wijnegem
BELGIE
tel.: +32 - (0)3-355 16 00
fax: +32 - (0)3-355 16 01
e-mail : info@erea.be
http://www.erea.be
maandag 2 november 2009
soorten transformatoren
Er zijn ook speciale soorten transformatoren:
Autotransformator. Deze bestaat uit alleen een primaire wikkeling die op een aantal punten 'afgetapt' kan worden.
Bobine. Een bobine is een speciale transformator die in het ontstekingssysteem van auto's met mengselmotor gebruikt wordt om de hoogspanning op te wekken waarmee met behulp van een bougie vonk het brandstofmengsel wordt ontstoken.
Driefasentransformator. Speciaal voor het omvormen van driefasenspanningen bedoeld.
Lastransformator. Deze bevat een verschuifbare kern waarmee de maximale stroomsterkte is in te stellen. De uitgangsspanning is laag en de stroom hoog.
Variacs. Een variac is vaak een variant op de autotransformator waarbij de uitgangsspanning traploos geregeld kan worden. Variacs worden onder andere gebruikt om in testopstellingen netspanningsvariaties te simuleren. Soms wordt de variabele uitgangsspanning van een secundaire wikkeling afgenomen, waardoor het aangesloten apparaat niet rechtstreeks met de netspanning is verbonden. Dit is vooral van belang voor de veiligheid bij onderzoek- en reparatiewerkzaamheden.
Veiligheidstransformator. Primaire en secundaire spoelen van de veiligheidstrafo's zijn door een dubbele isolatielaag van elkaar gescheiden, om elektrocutiegevaar weg te nemen. De secundaire spanning is de ZLVS (Zeer Lage Veiligheids Spanning), d.w.z. maximaal 50 Volt. Veiligheidstransformatoren worden gebruikt in vochtige vertrekken, als voeding voor looplampen, elektrisch speelgoed, in medische toepassingen, e.d.
Scheidingstransformator. Net zoals bij de veiligheidstrafo zijn de primaire en secundaire spoelen hier met dubbele isolatie van elkaar gescheiden, maar de primaire spanning is gelijk aan de secundaire spanning (meestal 230 V). Scheidingstrafo's worden gebruikt om elektrocutiegevaar te verminderen als er geen ZLVS mogelijk is. Ook de meeste laboratoriumtoestellen, zoals de oscilloscoop, hebben omwille van veiligheidsredenen een ingebouwde scheidingstrafo.
Uitgangstransformator. Deze trafo wordt gebruikt in buizenversterkers om de wisselstroom die op de gelijkstroom uit de anode van een elektronenbuis staat gesuperponeerd, aan een luidspreker af te geven. De trafo gedraagt zich als een scheidingstransformator en als de boven beschreven impedantietransformator.
Verhuistransformator. Meestal voorzien van 230 V en 110 V aansluiting voor in- en uitgangen. Bedoeld om apparaten van het ene net op het andere aan te sluiten (bijvoorbeeld na een verhuizing naar een ander land of continent). Hiervoor gebruikt men meestal een "autotransformator"
Tokamak. De plasma stroom in een tokamak wordt op gang gebracht en gehouden door het transformatorprincipe, waarbij de plasma ring dienst doet als secundaire spoel. (Zie kernfusie)
Schuiftransformator. Schuiftransformators kunnen stroom of signalen van een vaste punt naar een bewegend onderdeel doorgeven. Zie ook de Lineaire Variabele Differentiële Transformator.
Meettransformatoren waaronder spanningstransformatoren en stroomtransformatoren. Deze transformatoren hebben niet tot doel een belasting te voeden maar om een meetsignaal te transformeren naar een meetbare waarde. Zij worden voornamelijk ingezet voor energiemeting en beveiliging van installaties.
Aardingstransformator die een driefasig net zonder nulpunt kan aarden om zwevende potentialen tegen te gaan.
Treintransformator is de transformator die de spanning van de bovenleiding van het spoorwegnet omlaag transformeert op niveau van de tractie motoren.
Vermogentransformator. Vermogentransformatoren worden in onderstations ondergebracht voor de distributie van elektriciteit. Ze hebben een zeer hoog rendement; beter dan 99%, en een zeer hoge impedantie om kortsluitstromen te beperken tot ongeveer een factor 5×Inom. Ze hebben doorgaans ook een regelschakelaar waardoor de netspanning constant kan gehouden worden bij veranderende belasting. We spreken over een vermogentransformator vanaf ongeveer 10MVA.
Autotransformator. Deze bestaat uit alleen een primaire wikkeling die op een aantal punten 'afgetapt' kan worden.
Bobine. Een bobine is een speciale transformator die in het ontstekingssysteem van auto's met mengselmotor gebruikt wordt om de hoogspanning op te wekken waarmee met behulp van een bougie vonk het brandstofmengsel wordt ontstoken.
Driefasentransformator. Speciaal voor het omvormen van driefasenspanningen bedoeld.
Lastransformator. Deze bevat een verschuifbare kern waarmee de maximale stroomsterkte is in te stellen. De uitgangsspanning is laag en de stroom hoog.
Variacs. Een variac is vaak een variant op de autotransformator waarbij de uitgangsspanning traploos geregeld kan worden. Variacs worden onder andere gebruikt om in testopstellingen netspanningsvariaties te simuleren. Soms wordt de variabele uitgangsspanning van een secundaire wikkeling afgenomen, waardoor het aangesloten apparaat niet rechtstreeks met de netspanning is verbonden. Dit is vooral van belang voor de veiligheid bij onderzoek- en reparatiewerkzaamheden.
Veiligheidstransformator. Primaire en secundaire spoelen van de veiligheidstrafo's zijn door een dubbele isolatielaag van elkaar gescheiden, om elektrocutiegevaar weg te nemen. De secundaire spanning is de ZLVS (Zeer Lage Veiligheids Spanning), d.w.z. maximaal 50 Volt. Veiligheidstransformatoren worden gebruikt in vochtige vertrekken, als voeding voor looplampen, elektrisch speelgoed, in medische toepassingen, e.d.
Scheidingstransformator. Net zoals bij de veiligheidstrafo zijn de primaire en secundaire spoelen hier met dubbele isolatie van elkaar gescheiden, maar de primaire spanning is gelijk aan de secundaire spanning (meestal 230 V). Scheidingstrafo's worden gebruikt om elektrocutiegevaar te verminderen als er geen ZLVS mogelijk is. Ook de meeste laboratoriumtoestellen, zoals de oscilloscoop, hebben omwille van veiligheidsredenen een ingebouwde scheidingstrafo.
Uitgangstransformator. Deze trafo wordt gebruikt in buizenversterkers om de wisselstroom die op de gelijkstroom uit de anode van een elektronenbuis staat gesuperponeerd, aan een luidspreker af te geven. De trafo gedraagt zich als een scheidingstransformator en als de boven beschreven impedantietransformator.
Verhuistransformator. Meestal voorzien van 230 V en 110 V aansluiting voor in- en uitgangen. Bedoeld om apparaten van het ene net op het andere aan te sluiten (bijvoorbeeld na een verhuizing naar een ander land of continent). Hiervoor gebruikt men meestal een "autotransformator"
Tokamak. De plasma stroom in een tokamak wordt op gang gebracht en gehouden door het transformatorprincipe, waarbij de plasma ring dienst doet als secundaire spoel. (Zie kernfusie)
Schuiftransformator. Schuiftransformators kunnen stroom of signalen van een vaste punt naar een bewegend onderdeel doorgeven. Zie ook de Lineaire Variabele Differentiële Transformator.
Meettransformatoren waaronder spanningstransformatoren en stroomtransformatoren. Deze transformatoren hebben niet tot doel een belasting te voeden maar om een meetsignaal te transformeren naar een meetbare waarde. Zij worden voornamelijk ingezet voor energiemeting en beveiliging van installaties.
Aardingstransformator die een driefasig net zonder nulpunt kan aarden om zwevende potentialen tegen te gaan.
Treintransformator is de transformator die de spanning van de bovenleiding van het spoorwegnet omlaag transformeert op niveau van de tractie motoren.
Vermogentransformator. Vermogentransformatoren worden in onderstations ondergebracht voor de distributie van elektriciteit. Ze hebben een zeer hoog rendement; beter dan 99%, en een zeer hoge impedantie om kortsluitstromen te beperken tot ongeveer een factor 5×Inom. Ze hebben doorgaans ook een regelschakelaar waardoor de netspanning constant kan gehouden worden bij veranderende belasting. We spreken over een vermogentransformator vanaf ongeveer 10MVA.
Formules
Voor een transformator geldt de wet van behoud van energie. Al het aan de primaire kant opgenomen vermogen moet ergens blijven. Het grootste deel kan aan de secundaire kant weer afgenomen worden, ofwel
Impedantietransformator
Bij gebruik als impedantietransformator (voor audioversterkers en hf-apparatuur) geldt voor de impedantie de formule:constructie van een transformator
Een transformator bestaat uit twee of meer spoelen, die zich in elkaars magnetisch veld bevinden. Soms zijn de spoelen uitgevoerd als één wikkeling met aftakkingen. Afhankelijk van de toepassing van de transformator worden de spoelen al dan niet gewikkeld rond een magnetiseerbare kern. Het wikkeldraad is meestal koper, dat is voorzien van een schellak isolatielaagje om sluiting tussen de wikkelingen te voorkomen.
Bij laagfrequenttypen, transformatoren voor lage frequenties (tot ca. 1 kHz) is de kern meestal van gelamelleerd, zacht Silicium-staal (= weekijzer), zgn. transformatorblik. De kern bestaat uit lamellen die van elkaar geïsoleerd zijn om het vermogensverlies in de kern ten gevolge van wervelstromen te beperken. De uitvoeringsvorm kan naar de vorm van de ijzerlamellen een E-I-, U-I-, U-U- of een ronde kern (ringkern) zijn. De spoelen worden op een kunststof of hars-gedrenkt kartonnen spoelvorm gewikkeld.
Heel oude vermogenstransformators waren meestal op een "Quad-U" ofwel "Quad-C" kern gewikkeld. Deze waren dus als onderhelft uu en als bovenhelft nn welke op de gemeenschappelijke delen de spoelen gewikkeld hadden, waarvan de kerndelen met een zware stalen spanband bij elkaar gehouden werden. Ieder zo'n "U" deel bestond uit een flink aantal lagen transformatorblik welke in een steeds grotere U gebogen was die vervolgens exact over de vorige U paste. Door de gebogen vorm van deze U's, en hun "dwarse ligging" was er toch relatief weinig strooiveld (magnetisch veld dat buiten de spoelen omgaat en tot energieverlies leidt), in tegenstelling tot de hedendaagse E-I of E-E kern.
Bij hoogfrequenttypen (>1 kHz... ?MHz) is de magnetiseerbare kern vervaardigd uit ferriet (minuscule ijzerdeeltjes die met een keramische legering zijn vermengd en in de vorm van de kern zijn geperst).
Bij laagfrequenttypen, transformatoren voor lage frequenties (tot ca. 1 kHz) is de kern meestal van gelamelleerd, zacht Silicium-staal (= weekijzer), zgn. transformatorblik. De kern bestaat uit lamellen die van elkaar geïsoleerd zijn om het vermogensverlies in de kern ten gevolge van wervelstromen te beperken. De uitvoeringsvorm kan naar de vorm van de ijzerlamellen een E-I-, U-I-, U-U- of een ronde kern (ringkern) zijn. De spoelen worden op een kunststof of hars-gedrenkt kartonnen spoelvorm gewikkeld.
Heel oude vermogenstransformators waren meestal op een "Quad-U" ofwel "Quad-C" kern gewikkeld. Deze waren dus als onderhelft uu en als bovenhelft nn welke op de gemeenschappelijke delen de spoelen gewikkeld hadden, waarvan de kerndelen met een zware stalen spanband bij elkaar gehouden werden. Ieder zo'n "U" deel bestond uit een flink aantal lagen transformatorblik welke in een steeds grotere U gebogen was die vervolgens exact over de vorige U paste. Door de gebogen vorm van deze U's, en hun "dwarse ligging" was er toch relatief weinig strooiveld (magnetisch veld dat buiten de spoelen omgaat en tot energieverlies leidt), in tegenstelling tot de hedendaagse E-I of E-E kern.
Bij hoogfrequenttypen (>1 kHz... ?MHz) is de magnetiseerbare kern vervaardigd uit ferriet (minuscule ijzerdeeltjes die met een keramische legering zijn vermengd en in de vorm van de kern zijn geperst).
Geschiedenis transformator
Het principe van de transformator werd al in 1831 gedemonstreerd door Michael Faraday, hoewel hij het alleen gebruikte om elektromagnetische inductie aan te tonen en hij geen praktische toepassing voorzag. Het zou tot 1880 duren voordat er wel een toepasbare transformator op de markt kwam. In minder dan 10 jaar zou de transformator definitief de strijd beslissen tussen gelijk- en wisselstroom en zorgde ervoor dat - tot op vandaag de dag - wisselstroom wordt gebruikt als onze elektrische energie.
De Russische ingenieur Pavel Jablochkoff vond in 1876 een verlichtingssysteem uit met booglampen en inductiespoelen. Hierbij waren de primaire windingen aangesloten op een wisselstroombron en zijn elektrische Jablochkoff-kaarsen op de secundaire windingen. Zijn inductiespoel werkte dus als een transformator. In 1882 toonden de Fransman Lucien Gaulard en de Engelsman John Dixon Gibbs in Londen als eersten een apparaat met een open ijzerkern die ze 'secondary generator' noemden. Ze verkochten hun idee aan het Amerikaanse bedrijf van George Westinghouse en lieten in 1884 ook hun uitvinding zien in Turijn waar het werd gebruikt voor elektrische verlichting.
In de Verenigde Staten bouwde William Stanley Jr., een technicus in dienst van Westinghouse, in 1885 het eerste commerciële apparaat nadat Westinghouse de patentrechten van Gibbs en Gaulard voor in de VS had gekocht. Zijn ontwerp was gemaakt van dunne overlappende metalen plaatjes en werd voor het eerste commercieel toegepast in 1886. In hetzelfde jaar, 1885, bouwden in Europa de Hongaarse ingenieurs Károly Zipernowsky, Ottó Bláthy en Miksa Déri, allen werkzaam bij de Ganz fabrieken, de zeer efficiënte ZBD-transformator. Hun model met een gesloten ringvormige ijzerkern was ook gebaseerd op hetzelfde model van Gaulard en Gibbs. In hun patent werd voor het eerst het woord "transformator" gebruikt.
De Russische ingenieur Michail Doliwo-Dobrowolski ontwikkelde in 1889 de eerste driefasen transformator en in 1891 vond Nikola Tesla de Tesla-spoel uit, een transformator om zeer hoge spanningen mee op te wekken. Radiofrequentie transformatoren werden gebruikt bij de eerste experimenten in de ontwikkeling van telefonie en radio.
De Russische ingenieur Pavel Jablochkoff vond in 1876 een verlichtingssysteem uit met booglampen en inductiespoelen. Hierbij waren de primaire windingen aangesloten op een wisselstroombron en zijn elektrische Jablochkoff-kaarsen op de secundaire windingen. Zijn inductiespoel werkte dus als een transformator. In 1882 toonden de Fransman Lucien Gaulard en de Engelsman John Dixon Gibbs in Londen als eersten een apparaat met een open ijzerkern die ze 'secondary generator' noemden. Ze verkochten hun idee aan het Amerikaanse bedrijf van George Westinghouse en lieten in 1884 ook hun uitvinding zien in Turijn waar het werd gebruikt voor elektrische verlichting.
In de Verenigde Staten bouwde William Stanley Jr., een technicus in dienst van Westinghouse, in 1885 het eerste commerciële apparaat nadat Westinghouse de patentrechten van Gibbs en Gaulard voor in de VS had gekocht. Zijn ontwerp was gemaakt van dunne overlappende metalen plaatjes en werd voor het eerste commercieel toegepast in 1886. In hetzelfde jaar, 1885, bouwden in Europa de Hongaarse ingenieurs Károly Zipernowsky, Ottó Bláthy en Miksa Déri, allen werkzaam bij de Ganz fabrieken, de zeer efficiënte ZBD-transformator. Hun model met een gesloten ringvormige ijzerkern was ook gebaseerd op hetzelfde model van Gaulard en Gibbs. In hun patent werd voor het eerst het woord "transformator" gebruikt.
De Russische ingenieur Michail Doliwo-Dobrowolski ontwikkelde in 1889 de eerste driefasen transformator en in 1891 vond Nikola Tesla de Tesla-spoel uit, een transformator om zeer hoge spanningen mee op te wekken. Radiofrequentie transformatoren werden gebruikt bij de eerste experimenten in de ontwikkeling van telefonie en radio.
transformator
Een transformator (veelal afgekort tot trafo (NL) of transfo (B)) is een statisch (dat wil zeggen zonder bewegende onderdelen) elektrisch apparaat, bestaande uit magnetisch gekoppelde spoelen. Stuurt men een veranderlijke stroom door een van de spoelen, de primaire spoel genoemd, dan wordt in de andere spoel(en), de secundaire, een spanning opgewekt.
Een belangrijke toepassing is het omzetten van een hogere wisselspanning, zoals de netspanning, naar de gewenste lagere wisselspanning. De hogere wisselspanning op de primaire spoel met veel windingen veroorzaakt daarin een wisselstroom, die in deze spoel door de Wet van Lenz een vrijwel even grote en tegengestelde inductiespanning opwekt (zelfinductie). De primaire spoel werkt als een smoorspoel wanneer de secundaire spoel geen weerstand in zijn keten heeft (onbelaste secundaire spoel). Door de magnetische koppeling (ijzerkern) bereikt de wisselende magnetische flux van de primaire spoel de secundaire spoel met minder wikkelingen. In deze secundaire spoel wordt - weer door de Wet van Lenz - een lagere wisselspanning opgewekt: de spanning is omlaag getransformeerd. Heeft de secundaire spoel meer wikkelingen dan de primaire dan wordt de spanning omhoog getransformeerd. De verhouding tussen het aantal windingen van de primaire spoel en de secundaire spoel geeft de factor waarmee de spanning omhoog, dan wel omlaag wordt getransformeerd. Dit noemt men de transformatieverhouding.
In het elektriciteitsnet worden transformatoren gebruikt om de in de centrale opgewekte energie te transformeren naar een hoge spanning. Bij deze hoge spanning wordt de energie door het net getransporteerd tot de punten waar de energie wordt afgenomen. Daar wordt de spanning weer omlaag getransformeerd en geleid naar transformatorhuisjes in de woonwijken, waar de spanning weer verder omlaag wordt getransformeerd. Omdat het vermogen aan de primaire zijde (op verliezen na) gelijk is aan het vermogen aan de secundaire zijde, kan bij hoge spanning de stroomsterkte relatief klein gehouden worden, zodat (bij een gegeven leidingweerstand) de transportverliezen beperkt blijven.
Een belangrijke toepassing is het omzetten van een hogere wisselspanning, zoals de netspanning, naar de gewenste lagere wisselspanning. De hogere wisselspanning op de primaire spoel met veel windingen veroorzaakt daarin een wisselstroom, die in deze spoel door de Wet van Lenz een vrijwel even grote en tegengestelde inductiespanning opwekt (zelfinductie). De primaire spoel werkt als een smoorspoel wanneer de secundaire spoel geen weerstand in zijn keten heeft (onbelaste secundaire spoel). Door de magnetische koppeling (ijzerkern) bereikt de wisselende magnetische flux van de primaire spoel de secundaire spoel met minder wikkelingen. In deze secundaire spoel wordt - weer door de Wet van Lenz - een lagere wisselspanning opgewekt: de spanning is omlaag getransformeerd. Heeft de secundaire spoel meer wikkelingen dan de primaire dan wordt de spanning omhoog getransformeerd. De verhouding tussen het aantal windingen van de primaire spoel en de secundaire spoel geeft de factor waarmee de spanning omhoog, dan wel omlaag wordt getransformeerd. Dit noemt men de transformatieverhouding.
In het elektriciteitsnet worden transformatoren gebruikt om de in de centrale opgewekte energie te transformeren naar een hoge spanning. Bij deze hoge spanning wordt de energie door het net getransporteerd tot de punten waar de energie wordt afgenomen. Daar wordt de spanning weer omlaag getransformeerd en geleid naar transformatorhuisjes in de woonwijken, waar de spanning weer verder omlaag wordt getransformeerd. Omdat het vermogen aan de primaire zijde (op verliezen na) gelijk is aan het vermogen aan de secundaire zijde, kan bij hoge spanning de stroomsterkte relatief klein gehouden worden, zodat (bij een gegeven leidingweerstand) de transportverliezen beperkt blijven.
zaterdag 18 oktober 2008
Filec BV
Weverstraat 1, 5405BM Uden
NL - Noord Brabant
T:+31 (0413)247797
In 1989 we were able to buy a transformer factory from PHILIPS. This PHILIPS division which started its activities after the second world war achieved the largest market share and distribution network in Europe for variable transformers. Gradually we transformed the 'Philips' name into our own brand name. All variable transformers are made according to Philips design therefore we chose for a related name: FILEC These catalogue products are made with the same Philips ideals in our new facility in Uden, the Netherlands. The transformers are available in three basic models(other types can be supplied on request) - Panel models where the live parts are not protected - Bench models where the panel model has been fitted with a protective housing and knob and dial - Laboratory models where the bench model has been fitted with a voltmeter,input cable with plug,an outlet socket and a carrying handle.In addition,all laboratory models have overload protection and some have earth leakage protection. FILEC is also specialised in THREE PHASE SETS, COMPLETE TESTING UNITS, open or enclosed, oil cooled and motorised with a wide range of speeds.
Abonneren op:
Posts (Atom)