maandag 2 november 2009

constructie van een transformator

Een transformator bestaat uit twee of meer spoelen, die zich in elkaars magnetisch veld bevinden. Soms zijn de spoelen uitgevoerd als één wikkeling met aftakkingen. Afhankelijk van de toepassing van de transformator worden de spoelen al dan niet gewikkeld rond een magnetiseerbare kern. Het wikkeldraad is meestal koper, dat is voorzien van een schellak isolatielaagje om sluiting tussen de wikkelingen te voorkomen.

Bij laagfrequenttypen, transformatoren voor lage frequenties (tot ca. 1 kHz) is de kern meestal van gelamelleerd, zacht Silicium-staal (= weekijzer), zgn. transformatorblik. De kern bestaat uit lamellen die van elkaar geïsoleerd zijn om het vermogensverlies in de kern ten gevolge van wervelstromen te beperken. De uitvoeringsvorm kan naar de vorm van de ijzerlamellen een E-I-, U-I-, U-U- of een ronde kern (ringkern) zijn. De spoelen worden op een kunststof of hars-gedrenkt kartonnen spoelvorm gewikkeld.

Heel oude vermogenstransformators waren meestal op een "Quad-U" ofwel "Quad-C" kern gewikkeld. Deze waren dus als onderhelft uu en als bovenhelft nn welke op de gemeenschappelijke delen de spoelen gewikkeld hadden, waarvan de kerndelen met een zware stalen spanband bij elkaar gehouden werden. Ieder zo'n "U" deel bestond uit een flink aantal lagen transformatorblik welke in een steeds grotere U gebogen was die vervolgens exact over de vorige U paste. Door de gebogen vorm van deze U's, en hun "dwarse ligging" was er toch relatief weinig strooiveld (magnetisch veld dat buiten de spoelen omgaat en tot energieverlies leidt), in tegenstelling tot de hedendaagse E-I of E-E kern.

Bij hoogfrequenttypen (>1 kHz... ?MHz) is de magnetiseerbare kern vervaardigd uit ferriet (minuscule ijzerdeeltjes die met een keramische legering zijn vermengd en in de vorm van de kern zijn geperst).

Geen opmerkingen: