| meer info |
vrijdag 25 juni 2010
Lima transformator
maandag 2 november 2009
Storingen op radiotoestellen (AM) en mobilofoons?
Als een elektronische omvormer in de omgeving van ontvangstapparatuur staat, kan het voorkomen dat op bepaalde golflengten van de lange golf (AM) storingen te horen zijn. Dit is in zoverre normaal gezien de hoge uitgangsfrequentie (35kHz) van een elektronische omvormer.
Hieraan kan verholpen worden door:
- de omvormer ver van de ontvangstapparatuur te plaatsen (>2m)
- de aansluitdraden van de omvormer naar de lamp zo kort mogelijk te houden en deze te 'twisten'.
Alle Ereatronic i voldoen aan de strengste voorwaarden op vlak van emissie.
Hieraan kan verholpen worden door:
- de omvormer ver van de ontvangstapparatuur te plaatsen (>2m)
- de aansluitdraden van de omvormer naar de lamp zo kort mogelijk te houden en deze te 'twisten'.
Alle Ereatronic i voldoen aan de strengste voorwaarden op vlak van emissie.
Mogen twee of meer elektronische omvormers aan de secundaire zijde parallel geschakeld worden ?
Neen.
De goede werking van een elektronische omvormer wordt verstoord door het parallel schakelen van de laagspanningsuitgang van twee of meerdere toestellen
De goede werking van een elektronische omvormer wordt verstoord door het parallel schakelen van de laagspanningsuitgang van twee of meerdere toestellen
Welke factoren bepalen de levensduur van een elektronische omvormer ?
- De levensduur van de omvormer wordt nadelig beïnvloed door warmte. Het komt er dus op aan om de omvormer op te stellen in een goed geventileerde ruimte. Isolatiematerialen mogen in geen geval de omvormer bedekken.
- Veelvuldig in- en uitschakelen zorgt voor meer stress in de omvormer.
- Slechte contacten in schakelaars of in kroonstenen zorgen voor spanningspieken en zijn erg nadelig voor de goede werking en de levensduur van de omvormer.
- Te lange draden van de omvormer naar de lamp, zorgen voor een inductieve spanningsval. Hierdoor daalt het rendement en warmt de omvormer zelf aanzienlijk meer op.
- Overspanning en overbelasting hebben een negatieve invloed op de levensduur.
- De Ereatronic i omvormers zijn in hun standaarduitvoering niet geschikt voor het voeden van railsystemen of pendelverlichting met 'gesplitte draden' en een vermogen hoger dan 60W.
- Veelvuldig in- en uitschakelen zorgt voor meer stress in de omvormer.
- Slechte contacten in schakelaars of in kroonstenen zorgen voor spanningspieken en zijn erg nadelig voor de goede werking en de levensduur van de omvormer.
- Te lange draden van de omvormer naar de lamp, zorgen voor een inductieve spanningsval. Hierdoor daalt het rendement en warmt de omvormer zelf aanzienlijk meer op.
- Overspanning en overbelasting hebben een negatieve invloed op de levensduur.
- De Ereatronic i omvormers zijn in hun standaarduitvoering niet geschikt voor het voeden van railsystemen of pendelverlichting met 'gesplitte draden' en een vermogen hoger dan 60W.
Dimmen van elektronische transformatoren ?
| De meeste types Ereatronic i zijn reeds universeel dimbaar (zie productfiche). Hierbij kan men zowel een fase-afsnijdings "C" als een fase-aansnijdingsdimmer "L" gebruiken. Of uiteraard een zogenaamde 'universeel'-dimmer "R,L,C" Bij niet universeel dimbare types moet verplicht gebruik gemaakt worden van een fase-afsnijdingsdimmers (geschikt voor capacitieve lasten "C"), of een fase-aansnijdingsdimmer (voor inductieve lasten "L") in combinatie met de Ereafilter type E12Z21. Merk op dat voor de meest optimale (geruisloze) werking het fase-afsnijdingsprincipe de voorkeur geniet! |
Hoe wordt de uitgangsspanning van een elektronische omvormer gemeten?
a) De omvormer werkt niet als er geen lamp aangesloten is of als de lamp defect is. Er zal dan ook geen spanning gemeten worden.
b) Omdat de uitgangsspanning geen gewone 50Hz wisselspanning of een gelijkspanning is maar een hoogfrequente blokgolf van 35kHz, kan deze niet zomaar gemeten worden met een klassieke multimeter. Hiervoor is een spanningsmeter nodig die ook hoogfrequente signalen kan meten. Voor een redelijke nauwkeurigheid moet de meter minstens geschikt zijn voor signalen tot 300kHz.
Daarenboven moet de meter in staat zijn de 'effectieve waarde, of True RMS-waarde' van de spanning te meten.
b) Omdat de uitgangsspanning geen gewone 50Hz wisselspanning of een gelijkspanning is maar een hoogfrequente blokgolf van 35kHz, kan deze niet zomaar gemeten worden met een klassieke multimeter. Hiervoor is een spanningsmeter nodig die ook hoogfrequente signalen kan meten. Voor een redelijke nauwkeurigheid moet de meter minstens geschikt zijn voor signalen tot 300kHz.
Daarenboven moet de meter in staat zijn de 'effectieve waarde, of True RMS-waarde' van de spanning te meten.
Onderscheid tussen een gewikkelde - versus elektronische transformator (omvormer).
Bij een gewikkelde transformator, ook wel ferro-magnetische transformator genaamd, wordt de frequentie van de ingangsspanning ongewijzigd overgebracht naar de uitgang. Bij een elektronische transformator wordt de ingangsfrequentie van 50Hz 'omgevormd' tot een hoog frequente blokgolf van 35kHz. Door op deze hoge frequentie te werken, kan de omvormer veel kleiner uitgevoerd worden dan een gewikkelde transformator met een zelfde vermogen. Merk op dat de hoogfrequente uitgangsspanning niet voor elk belastingstype geschikt is.
Abonneren op:
Posts (Atom)